​​​
Sector
  • Po
  • Vo
Vakgebied
  • Engels
Leerplankundig thema
  • Vakvernieuwing & vakdidactiek
  • Curriculum

Het vak Engels

18-9-2017

Op deze pagina's vindt u informatie over het vak Engels en de laatste ontwikkelingen in het vakgebied.

Ga direct naar: 

  1.  Wat is de historie van het vak Engels in Nederland?
  2.  Wat is het belang van het vak Engels?
  3.  Hoe ziet het vak Engels eruit?
  4.  Wat speelt er binnen het vak Engels?
  5.  Wat is de ruimte binnen wet- en regelgeving?
  6.  Hoe ziet de doorstroom po/vo/vervolgonderwijs eruit?

1. Wat is de historie van het vak Engels in Nederland?

Al in lang vervlogen tijden werden vreemde talen geleerd en onderwezen. Dat waren met name Frans en Duits, maar ook Engels en bij gelegenheid ook andere talen. Dit was allemaal particulier initiatief. Vanaf het begin van de 19e eeuw nam overheidsbemoeienis met het onderwijs steeds meer toe. De liberale staatsman Thorbecke hervormde het onderwijs in de zestiger jaren van de negentiende eeuw. Toen kreeg Engels, naast Frans en Duits, vaste voet aan de grond in het voortgezet onderwijs, in het bijzonder in de hbs (hogere burgerschool) en het gymnasium.

Taalverwerving gaandeweg communicatiever

Het onderwijs in Engels werd gegeven op de manier waarop het Latijn werd onderwezen: kennis van grammatica en verwerving van woordenschat stonden voorop. Het aantal lesuren per taal stond min of meer vast. Van een concrete eindniveauaanduiding was geen sprake, hoewel er onder directe verantwoordelijkheid van de overheid centrale eindexamens afgenomen werden. Voor de hbs gold dat ook de schrijfvaardigheid en de mondelinge vaardigheden centraal geëxamineerd werden, terwijl het examen voor het gymnasium zich beperkte tot de leesvaardigheid. Verdere detaillering van het wat van het onderwijs ontbrak; over de wijze van onderwijzen regelde de overheid niets.

Aantal vreemde talen

De nieuwe Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO in 1968, vaak als Mammoetwet aangeduid) bracht enkele wezenlijke veranderingen. Met de intrede van mavo, havo en vwo werd de oude lijn dat alle leerlingen in drie moderne vreemde talen eindexamen moesten doen, verlaten. Afhankelijk van het type, bijvoorbeeld A- of B-richting, konden havo- en vwo-kandidaten na de eerste fase van drie leerjaren een of twee talen “laten vallen”. Slechts één taal was nog verplicht. Engels zou het meest worden gekozen. Wel kregen de mondelinge vaardigheden nu in alle vwo-schooltypen in het eindexamenprogramma een plaats. Min of meer gekoppeld daaraan werd een deel van het eindexamen voortaan door de scholen zelf afgenomen, het ‘schoolonderzoek’. Nieuw was daarbij dat het schoolonderzoek gespreid over het laatste jaar werd ingeroosterd, voordat het ‘centraal schriftelijk’ afgenomen werd. Nieuw was ook dat de eindexamenprogramma’s in meer detail uitgewerkt werden.

Engels dominant

Met de Mammoetwet nam het aantal wekelijkse lesuren dat voor Engels beschikbaar was af, ook in verhouding tot het aantal uren voor andere vakgebieden. Vooral het nieuwe keuzevakkensysteem speelde daarin een sterk negatieve rol. In 1993 vond invoering van de basisvorming plaats: Engels was verplicht in de onderbouw van wat toen vbo (voorbereidend beroepsonderwijs) heette en mavo. Scholen hoefden in die onderbouw niet meer naast Engels twee vreemde talen aan te bieden. De meeste leerlingen kozen Engels als examenvak, ook in die gevallen waar dit vak geen verplicht examenvak was.

Huidige situatie

Engels is een kernvak. Het maakt in het primair onderwijs deel uit van het curriculum. Het is sinds 1986 vanaf groep zeven verplicht en versterkt zijn positie. Bij de invoering werd 80 uur als voldoende basis beschouwd voor het voortgezet onderwijs. Scholen mogen Engels ook vanaf groep vijf (vervroegd Eibo) aanbieden of vanaf groep 1. Het gaat dan om vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto). Het Engels in het primair onderwijs kent nog een vierde variant: het tweetalig primair onderwijs (tpo).  Over de vier varianten Engels in het basisonderwijs kunt u hier meer lezen. Engels is ook een verplicht vak in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Het kent als enige moderne vreemde taal globale kerndoelen. Met de opname in 2013 van Engels als officieel kernvak in het curriculum van de onderbouw van het voortgezet onderwijs, is de positie van Engels bezegeld.


 

2. Wat is het belang van het vak Engels?

In een wereld waarin internationale contacten blijven toenemen en grensoverschrijdend werken en studeren steeds gewoner wordt, is het beheersen van een wereldtaal onmisbaar geworden. Dat de overheid dit onderkent mag blijken uit de plaats die Engels inneemt in het primair en het voortgezet onderwijs. Ze beschouwt een goede beheersing van Engels als bepalend voor succes in het vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt. Daarbij komt dat de economische verbondenheid van Nederland met Engeland en Amerika groot is. Als je goed je Engels beheerst, ben je voor veel werkgevers interessant. Ook voor opleidingsdoeleinden is Engels van belang: de Verenigde Staten zijn op dit moment een van de populairste landen voor leerlingen om te gaan studeren. Uit de EF English Proficiency Index (EF EPI) van 2017, een wereldwijd taalbeheersingsonderzoek waaraan meer dan een miljoen volwassenen deelnemen uit tachtig landen, blijkt dat Nederland op de eerste plek staat. In de landen die hoog scoren wordt volgens het rapport al op de basisschool Engels gegeven. Tijdens deze lessen zou vooral aandacht besteed worden aan het communiceren in het Engels en ligt er minder focus op de grammatica. Ook het feit dat er in deze landen, waaronder dus Nederland, veel Engelstalige programma's op televisie te zien zijn zou bijdragen aan de hoge score.

Engels leren

Engels leren is ook om andere redenen waardevol: een vreemde taal leren doet sterk een beroep op de creativiteit van een leerling en draagt eraan bij dat een leerling - door zich te leren (durven) uiten in een andere taal - zelfvertrouwen opbouwt. Onderzoek wijst uit dat het leren van talen het denkvermogen bevordert en dat het helpt genuanceerd te denken. Je leert nuances kennen tussen de verschillende woorden en tijden en leert afwegen welk woord of welke tijd of wijs het beste in een bepaalde context gebruikt kan worden. Daardoor zou je ook beter in staat zijn te focussen op relevante informatie en misleidende informatie kunnen herkennen. Een belangrijk aspect als het gaat om mediawijsheid en informatievaardigheden. Die constante afweging zou ook positief van invloed zijn op je besluitvormingsvaardigheden. Degenen die meer dan een taal beheersen zouden rationelere beslissingen nemen. Met Engels kun je dus zowel zakelijk als privé je voordeel doen.


 

3. Hoe ziet het vak Engels eruit?

Hieronder vindt u een overzicht van het curriculum Engels in de verschillende sectoren van het Nederlandse onderwijs.

Engels in het primair onderwijs

Het Engels in het primair onderwijs kent vier varianten.

  1. Engels in het basisonderwijs (Eibo), verplicht vanaf groep 7. Het aantal uren dat eraan besteed moet worden, is niet wettelijk vastgelegd.
  2. Vervroegd Eibo: scholen geven Engels vanaf groep 5
  3. Vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto): scholen bieden Engels vanaf groep 1 aan, waarbij tot 15% van de onderwijstijd het Engels voertaal in de les is (Kamerstukken II 2013/14).
  4. Tweetalig primair onderwijs (tpo): leerlingen krijgen vanaf groep 1, 30 tot 50 procent van hun lessen in het Engels. Het gaat daarbij niet uitsluitend om de taal als vak, maar ook om het aanbieden van andere vakken in het Engels.

Voor Engels zijn vier kerndoelen geformuleerd. Die beogen een eerste basis te leggen om leerlingen te leren communiceren met mensen die Engels als moedertaal hebben of met anderen die buiten de school Engels spreken. De omschrijvingen van de vier kerndoelen zijn zeer beknopt en globaal en geven geen indicaties over beheersingsniveaus. De kerndoelen Engels voor het primair onderwijs zijn uitgewerkt in inhouden en activiteiten, de zogenaamde TULE (Tussendoelen en Leerlijnen). Dit zijn globaal beschreven mogelijkheden, die illustratief en niet voorschrijvend zijn.

Engels in de onderbouw van het voortgezet onderwijs

Engels is een verplicht vak in de onderbouw. Er is geen verplichting voor het aantal te geven uren. In de onderbouw van het voortgezet onderwijs kent Engels als enige moderne vreemde taal globale kerndoelen. Deze acht kerndoelen zijn sinds 2006 van kracht. Ze zijn communicatief van aard en hebben als uitgangspunt dat leerlingen zich in een aantal veel voorkomende situaties in het Engels kunnen redden. Ze doen geen uitspraken over het te bereiken beheersingsniveau. In opdracht van het ministerie van OCW heeft SLO voorbeelduitwerkingen van de kerndoelen Engels gemaakt, waarbij aansluiting is gezocht met de niveaus van het ERK.
In 2013 is Engels als een van de drie officiële kernvakken opgenomen in het curriculum van de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Concreet betekent het dat er voor Engels, evenals voor de andere twee kernvakken Nederlands en wiskunde, tussendoelen zijn ontwikkeld. De tussendoelen voor Engels, nu nog in concept, zijn afgestemd op de eindexameneisen, de acht globale kerndoelen van de onderbouw en op het ERK, en houden zoveel mogelijk rekening met de vier kerndoelen van het primair onderwijs.

Engels in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs

In de bovenbouw van vmbo, havo en vwo krijgen leerlingen in alle leerwegen en bij alle profielen Engels. Het examenprogramma staat op Examenblad en de beoogde streefniveaus op Europees Referentiekader Talen.

Tweetalig onderwijs

Ook in het voortgezet onderwijs kan een school ervoor kiezen tweetalig onderwijs (tto) aan te bieden. In dat geval wordt bij een gedeelte van de niet-talenvakken Engels als instructie- en communicatietaal gebruikt. Voor het hele vmbo gaat het om 30% van de onderwijstijd. In de onderbouw havo/vwo moet minimaal 50% van de onderwijstijd in het Engels worden aangeboden. Voor de bovenbouw van havo en vwo geldt als minimumeis respectievelijk 850 en 1150 studielasturen.

Eerste- en tweedegraads opleidingen tot leraar Engels

Op de website van de Rijksoverheid staat een overzicht van alle routes die studenten kunnen volgen en leiden tot een eerste- of tweedegraads bevoegdheid Engels. De eindniveaus van de tweedegraads lerarenopleiding Engels is C2 met verplichte deelname aan het Cambridge Proficiency in English examen. De eindniveaus van de hbo-masteropleiding is C2. Voor de universitaire route is geen wettelijk niveau vastgelegd.


 

4. Wat speelt er binnen het vak Engels?

Pilot tweetalig primair onderwijs

In de huidige praktijk van het primair onderwijs verschillen de momenten waarop men met Engels start en de tijd die men eraan besteedt sterk. In het schooljaar 2014-2015 is een pilot tweetalig primair onderwijs (tpo) gestart. Hier doen 19 pilotscholen aan mee. Deze scholen geven 30 tot 50 procent van hun onderwijs in het Engels vanaf groep 1. De pilot duurt vijf schooljaren, van 2014 tot en met 2019. De pilot heeft onder andere als doelen om een leerplan voor groep 1 t/m 8 te ontwikkelen en einddoelen voor groep 8 vast te stellen. Aan de ontwikkeling van een volledige leerlijn van groep 1 tot en met groep 8 wordt gewerkt.

Leerkrachtcompetenties

Werken volgens een van de varianten (Eibo, vroeg Eibo, vvto, tpo) stelt verschillende eisen aan de leerkracht die Engels in het primair onderwijs verzorgt. Die eisen heeft SLO in kaart gebracht. Samen met Nuffic werkt SLO aan een instrument om de wenselijkheid van eventuele professionalisering inzichtelijk te maken. Er zijn competenties die voor alle profielen van belang zijn en competenties die meer van belang zijn naarmate de intensiteit van Engels op school toeneemt. Het instrument wil de leerkracht en de schooldirectie helpen in beeld te brengen waar een leerkracht staat en waar die naartoe moet groeien om over de voor (vroeg) Eibo, vvto of tpo gewenste vaardigheden te beschikken.

Gespreksvaardigheid onderzocht

Om de aansluiting tussen onderwijssectoren te verbeteren, maar ook om maatwerk (zie hieronder) mogelijk te maken, is het van belang voor alle onderwijssectoren vast te stellen welke niveaus in de praktijk van het onderwijs voor alle vaardigheden daadwerkelijk behaald worden in termen van het ERK. Hiervoor is in 2012 een internationaal standaardbepalingsonderzoek uitgevoerd voor de Centrale Examens en de Kijk- en luistertoetsen Engels, Frans en Duits. In 2017 is gespreksvaardigheid onderzocht.

Maatwerk

Met de ambities van de overheid zoals die in recente rapporten zijn uitgesproken, krijgt aandacht voor maatwerk een nieuwe impuls, ook vanuit leerplankundig perspectief. Leerlingen kunnen voor een of meer vakken op een hoger niveau uitstromen, zoals havoleerlingen die voor een vreemde taal op vwo-niveau presteren. In 2015 was het op één van de vijf scholen al mogelijk een vak af te ronden op een hoger niveau. De Engelse taal leent zich hier goed voor.
Veel scholen ondernemen initiatieven tot meer maatwerk. Een andere mogelijkheid is het aanbieden van verrijkende opdrachten. Op het informatiepunt vindt u voor Engels een voorbeeldmatige aanpak en lesvoorbeelden.
Er vindt een verschuiving plaats naar het zo goed mogelijk faciliteren van iedere leerling. Zo zijn er maatwerkroutes in ontwikkeling waarin vmbo en mbo geïntegreerd worden. De al genoemde vakmanschapsroute wordt ingericht voor bbl- en kbl-leerlingen en leidt tot een diploma van een basisberoepsopleiding (mbo-2). De ook al aangehaalde technologieroute is bedoeld voor gl- en tl-leerlingen en leidt tot een diploma van een middenkaderopleiding (mbo-4). Beide routes worden verkort en geïntegreerd en vragen daarom om maatwerkprogramma’s voor Engels in de sectoren zorg en welzijn, techniek en economie.

Gepersonaliseerd leren

In relatie tot maatwerk in het onderwijs wordt tegenwoordig veelvuldig de term gepersonaliseerd leren gehanteerd. Voor SLO refereert gepersonaliseerd leren in een onderwijscontext aan "het creëren van optimale leerprocessen die aansluiten op de persoonlijke kwaliteiten en individuele behoeften van leerlingen. Leerlingen werken op eigen wijze en in eigen tempo aan leerdoelen, passend bij hun eigen niveau en talenten. Per vak, leerdoel, leerinhoud of onderdeel krijgt de leerling afhankelijk van de eigen prestaties en voorkeuren een op hem of haar geënt programma”. De SLO-website  Leerplan in beeld helpt bij het houden van overzicht en het maken van keuzes voor het vak Engels.

Lingua franca

In de context van globalisering krijgt Engels steeds meer het karakter van lingua franca: Engels als gemeenschappelijke taal voor mensen die Engels niet als moedertaal hebben, in plaats van middel om met Engelstaligen te communiceren. Sociaal cultureel bewustzijn bij het gebruik van Engels als communicatiemiddel tussen twee non natives is een aspect dat belangrijk is in de persoonlijke ontwikkeling van de leerling in de 21ste eeuw.
Het internationale project TILA (Telecollaboration for Intercultural Language Acquisition) toont zich hiervan bewust. Het is een internationale community van docenten, lerarenopleiders en onderzoekers die activiteiten ontwikkelen om leerlingen uit verschillende landen te stimuleren tot taken die leiden tot interculturele communicatie in de Engelse les. ICT speelt daarbij een belangrijke rol. TILA biedt een digitale leeromgeving gevuld met verschillende activiteiten en tools die de samenwerking tussen leerlingen bevorderen en faciliteren.


 

5. Wat is de ruimte binnen wet- en regelgeving?

Om maatwerkroutes of gepersonaliseerd leren te kunnen realiseren is ruimte nodig in regel- en wetgeving. Die wordt gegeven in het Sectorakkoord VO (VO-raad, 2014). Hierin is afgesproken dat er meer ruimte in onderwijstijd komt en meer wettelijke ruimte om te differentiëren in tempo en niveau. De Regeldrukagenda Onderwijs 2014-2017 sluit hierop aan. De agenda biedt meer ruimte voor flexibiliteit en maatwerk, onder andere door het mogelijk te maken delen van het eindexamen eerder af te leggen dan in het (voor)laatste jaar.

Wat is precies landelijk voorgeschreven? Welke ruimte heeft u om eigen beslissingen te maken?

Dat staat voor het vmbo, zowel voor de beroepsgerichte vakken als de AVO-vakken, beschreven in de publicatie Wat moet en wat mag in het nieuwe vmbo van Stichting Platforms Vmbo (SPV).  Voor het vso is hierop een aanvulling geschreven. Wat moet en wat mag in het vso. Dit gaat o.a. over examenmogelijkheden en keuzes die scholen voor vso kunnen maken.
Wat kan en mag in havo en vwo wordt duidelijk in dit overzicht. Het is in samenwerking met het ministerie van OCW tot stand gekomen. Het geeft scholen en besturen inzicht in de ruimte die er is om tegemoet te komen aan alle leerlingen, zodat die ruimte nog beter benut kan worden.


 

6. Hoe ziet de doorstroom po/vo/vervolgonderwijs eruit?

SLO heeft voor Engels per vaardigheid inhoudelijke leerlijnen ontwikkeld. Deze bevatten concrete leerdoelen voor leerlingen per vak en bijbehorende beheersingsniveaus oplopend van po naar vwo. Ze zijn bedoeld als startpunt bij het bepalen van leerdoelen en onderwijsinhoud wanneer een school maatwerkroutes of gepersonaliseerd leren wil vormgeven. De leerlijnen zijn gebaseerd op het ERK.

Aansluiting po-​vo

Door de verschillen in intensiteit en aandacht voor Engels in het primair onderwijs stromen leerlingen met zeer uiteenlopende niveaus voor Engels door naar het voortgezet onderwijs. Deze overgang verloopt lang niet altijd soepel. Veel vo-scholen, zeker scholen die geen versterkt of tto-traject Engels hebben, beginnen met Engels van voren af aan. Lokaal bestaan er wel samenwerkingsverbanden tussen vvto- en tto-scholen, maar dit aantal is beperkt. Uit de periodieke peiling voor Engels in 2016 blijkt dat slechts 49% van de scholen voor primair onderwijs leerlingresultaten overdraagt aan het vo. Nu Engels kernvak is geworden, is de noodzaak de inhoud van het vak Engels op de basisschool goed op die van het voortgezet onderwijs te laten aansluiten alleen maar toegenomen.

Vmbo-mbo

Beroepsopleidingen waarin Engels een belangrijke rol speelt, vragen om een hoger niveau wat beheersing van de productieve vaardigheden betreft dan het niveau waarmee leerlingen doorgaans instromen. Daarnaast laat onderzoek zien dat het in de aansluiting ontbreekt aan afstemming wat didactiek en maatwerk aangaat.
Sinds een aantal jaren zijn er maatwerkroutes waarin aan een goede aansluiting gewerkt wordt: de vakmanschapsroute en de technologieroute. De vakmanschapsroute (voorheen VM2) is een doorlopende leerlijn, vaak verkort, die wordt ingericht voor leerlingen van de basisberoepsgerichte leerweg (bbl) en kaderberoepsgerichte leerweg (kbl). De route leidt tot een diploma van een basisberoepsopleiding (mbo-2) voor zowel de beroepsopleidende leerweg (bol) als de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) van het mbo. De technologieroute is een doorlopende leerlijn, ook vaak verkort, van vmbo-gl/tl naar een diploma van een middenkaderopleiding (mbo-4).

Havo-hbo

Vervolgopleidingen geven aan dat vo-abituriënten onvoldoende toegerust het hbo en wo instromen. Onderzoek naar de aansluiting havo-hbo laat zien dat dit beeld door eerstejaars hbo-studenten wordt bevestigd. Er ontbreekt afstemming tussen de accenten die havo en hbo leggen in de taalbeheersing. Het accent in de vooropleiding lag volgens de bevraagde studenten op grammatica (79%), vertalen Nederlands-Engels (75%), leren van vocabulaire (84%), lezen (81%) en luisteren (64%). Meer lees- en schrijfervaring in het Engels en meer oefenen in het spreken en presenteren in de vooropleiding zou volgens hbo-docenten zeer wenselijk zijn. Werken met het ERK veronderstelt dat kennis (van grammatica, vocabulaire) in dienst staat van het kunnen. Wat moet je kunnen en hoe goed moet je dat kunnen? Het ERK zou als onderlegger kunnen dienen bij overleg om tot de gewenste afstemming te komen.

Vwo-wo

Die functie zou het ERK ook kunnen hebben bij het helpen oplossen van knelpunten in het wo wat Engels betreft. Het lezen van academische vakliteratuur in de bachelor fase geeft voor Engels problemen. Onderzoek laat zien dat dit studenten meer tijd kost dan wenselijk is. In tegenstelling tot wat op het hbo gebruikelijk is, zijn studieboeken op universitair niveau voor circa 90% Engelstalig. Studenten blijken zich met name in het eerste studiejaar te verkijken op de verwerkingstijd die nodig is bij het bestuderen van Engelstalige vakliteratuur. Daarnaast ontstaan er problemen bij het gebruik van academisch Engels bij schrijfvaardigheid, waaraan in het vwo nauwelijks aandacht wordt besteed. Nu het niveau waarop vwo-abituriënten op lees- en schrijfvaardigheid presteren ongeveer bekend is, kunnen het voortgezet onderwijs en het wetenschappelijk onderwijs hun verwachtingen waar nodig beter op elkaar afstemmen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Contactpersoon