​​​
Sector
  • Po
  • Vo
Vakgebied
  • Frans
Leerplankundig thema
  • Vakvernieuwing & vakdidactiek
  • Curriculum

Het vak Frans

21-11-2017

​Op deze pagina's vindt u informatie over het vak Frans en de laatste ontwikkelingen in het vakgebied.

Ga direct naar: 

  1. Wat is de historie van het vak Frans in Nederland?
  2. Wat is het belang van het vak Frans?
  3. Hoe ziet het vak Frans eruit?
  4. Wat speelt er binnen het vak Frans?
  5. Wat is de ruimte binnen wet- en regelgeving?
  6. Hoe ziet de doorstroom po/vo eruit?

1. Wat is de historie van het vak Frans in Nederland?

Al in lang vervlogen tijden werden vreemde talen geleerd en onderwezen. Dat waren met name Frans en Engels en bij gelegenheid ook andere talen. Dit was allemaal particulier initiatief. Zo kende Nederland van de zestiende tot in de negentiende eeuw de Franse school. Dit was een initiatief van burgers in de steden die wilden dat ook Frans werd onderwezen, de taal indertijd van de gegoede burgerstand en de internationale handel. Vanaf het begin van de 19e eeuw nam overheidsbemoeienis met het onderwijs steeds meer toe. De liberale staatsman Thorbecke hervormde het onderwijs in de zestiger jaren van de negentiende eeuw. Toen kregen Frans, maar ook Engels en Duits, vaste voet aan de grond in het vo, in het bijzonder in de hbs (hogere burgerschool) en het gymnasium.

Taalverwerving gaandeweg communicatiever

Het onderwijs in Frans werd gegeven op de manier waarop het Latijn werd onderwezen: kennis van morfosyntactische regels en verwerving van woordenschat stonden voorop. Het aantal lesuren per taal stond min of meer vast. Van een concrete eindniveauaanduiding was geen sprake, hoewel er onder directe verantwoordelijkheid van de overheid centrale eindexamens afgenomen werden. Voor de hbs gold dat ook de schrijfvaardigheid en de mondelinge vaardigheden centraal geëxamineerd werden, terwijl het examen voor het gymnasium zich beperkte tot de leesvaardigheid. Verdere detaillering van het wat van het onderwijs ontbrak; over de wijze van onderwijzen werd door de overheid niets geregeld.

Aantal vreemde talen

De nieuwe Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO in 1968, vaak als Mammoetwet aangeduid) bracht enkele wezenlijke veranderingen. Met de intrede van mavo, havo en vwo werd de oude lijn dat alle leerlingen in alle drie de moderne vreemde talen eindexamen moesten doen, verlaten. Afhankelijk van het type, bijvoorbeeld A- of B-richting, konden havo- en vwo-kandidaten na de eerste fase van drie leerjaren één of twee talen “laten vallen”. Wel kregen de mondelinge vaardigheden nu in alle vwo-schooltypen in het eindexamenprogramma een plaats. Min of meer gekoppeld daaraan werd een deel van het eindexamen voortaan door de scholen zelf afgenomen, het ‘schoolonderzoek’. Nieuw was daarbij dat het schoolonderzoek gespreid over het laatste jaar werd ingeroosterd, voordat het ‘centraal schriftelijk’ afgenomen werd. Nieuw was ook dat de eindexamenprogramma’s in meer detail uitgewerkt werden.

Aantal lesuren

Met de Mammoetwet nam het aantal wekelijkse lesuren in het avo dat voor de talen beschikbaar was af, ook in verhouding tot het aantal uren voor andere vakgebieden. Vooral het nieuwe keuzevakkensysteem speelde daarin een sterk negatieve rol. Het Frans werd zwaar getroffen. Met het verdwijnen van de Europese binnengrenzen, begin negentiger jaren van de vorige eeuw, ontstond zorg. Zowel binnen als buiten het onderwijs klonk twijfel over de vraag of het vreemdetalenonderwijs (vto) wel voldoende de vraag van de maatschappij naar vreemdetalenkennis afdekte.

Huidige situatie

Een school kan Frans naast Engels in het primair onderwijs aanbieden, als buurtaal of in het kader van vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto). In het voortgezet onderwijs is het een keuzevak, zowel in het vmbo als in het havo/vwo, onder- en bovenbouw. In de onderbouw van havo en vwo moeten leerlingen nu nog een tweede en derde vreemde taal kiezen.


 

2. Wat is het belang van het vak Frans?

In een wereld waarin internationale contacten blijven toenemen en grensoverschrijdend werken en studeren steeds gewoner wordt, is het beheersen van andere talen onmisbaar geworden. Talen zijn de deuren die toegang geven tot het leren kennen en begrijpen van andere culturen, en daarmee tot het leren reflecteren op de eigen taal en cultuur. Sociale conventies en culturele omgevingen kleuren de achtergronden van alle talige communicatie tussen sprekers uit verschillende culturen. Die conventies en omgevingen kunnen (her)kennen en er rekening mee houden, bewust of onbewust, kan doorslaggevend zijn voor het succes van de communicatie. De les Frans is de aangewezen plek om met Franssprekenden te leren communiceren en kennis te nemen van hun cultuur (literatuur, kunst, theater, film, muziek).

Frans voor zakelijke doeleinden

Frankrijk is het op een na grootste land van Europa en behoort tot de vijf grootste economieën ter wereld. Als je dus, naast het Engels, Frans spreekt, ben je voor veel werkgevers die handelen met Frankrijk een stuk interessanter. Fenedex ziet de beheersing van de lokale taal en cultuur als een van de grootste succesfactoren bij het internationaal zakendoen. Hoewel er een verbetering van de beheersing van de Engelse taal wordt waargenomen bij de jongere generaties in Frankrijk, blijft de Franse taal- en cultuurkennis van groot belang om de internationale (zakelijke) ambities te kunnen waarmaken.

Studie in Frankrijk

Ook voor opleidingsdoeleinden is Frans van belang: Frankrijk is naast Duitsland, Spanje en de Verenigde Staten op dit moment het populairste land voor leerlingen om te gaan studeren. De verwachting is dat vanwege de toenemende kosten van het hoger onderwijs in Nederland, meer Nederlandse studenten ervoor zullen kiezen om hun studie in het relatief goedkope Frankrijk te volgen.

Frans leren

Frans leren is ook om andere redenen waardevol: een vreemde taal leren doet sterk een beroep op de creativiteit van een leerling en draagt eraan bij dat een leerling - door zich te leren (durven) uiten in een andere taal - zelfvertrouwen opbouwt. Onderzoek wijst uit dat het leren van talen het denkvermogen bevordert en dat het helpt genuanceerd te denken. Je leert nuances kennen tussen de verschillende woorden en tijden en leert afwegen welk woord of welke tijd of wijs het beste in een bepaalde context gebruikt kan worden. Daardoor zou je ook beter in staat zijn te focussen op relevante informatie en misleidende informatie kunnen herkennen. Een belangrijk aspect als het gaat om mediawijsheid en informatievaardigheden. Die constante afweging zou ook positief van invloed zijn op je besluitvormingsvaardigheden. Degenen die meer dan een taal beheersen zouden rationelere beslissingen nemen.  Met Frans kun je dus zowel zakelijk als privé je voordeel doen. En is het niet – gezien de eerder aangehaalde economische verbondenheid met Nederland, maar ook in het licht van de toekomst van Europa – gewenst dat leerlingen als ze de school verlaten zelf direct toegang hebben tot informatie van economische, politieke en culturele aard?


 

3. Hoe ziet het vak Frans eruit?

Hieronder vindt u een overzicht van het curriculum Frans in de verschillende sectoren van het Nederlandse onderwijs zoals beschreven in officiële documenten.

Frans in het primair onderwijs

Basisscholen mogen Frans aanbieden naast het verplichte vak Engels. Dit gebeurt met name in de grensregio’s. Een school kan er ook voor kiezen vvto Frans aan te bieden en tot 15% van hun onderwijstijd in het Frans verzorgen (Dekker, 2014b). De startleeftijd mag verschillen: zo kiezen sommige scholen ervoor om te starten in groep 1, terwijl anderen kiezen om in groep 5 of 7 te starten. De derde mogelijkheid voor een basisschool om Frans aan te bieden is via buurtaalonderwijs. Met buurtaalonderwijs krijgen leerlingen in de grensstreek structureel onderwijs in het Frans. Vaak wordt er samengewerkt met een partnerschool net over de grens. Voor meer informatie zie het kenniscentrum Buurtalen van Nuffic.

Frans in het voortgezet onderwijs

Vmbo

In de onderbouw van het vmbo kiezen leerlingen verplicht een tweede vreemde taal naast het verplichte vak Engels. Dit kan Frans zijn. Voor het vak zijn geen doelen of minimaal aantal uren vastgesteld.
In de bovenbouw van het vmbo kunnen leerlingen Frans kiezen als sectorkeuzevak als zij de sector economie hebben gekozen. Maar omdat er veel ruimte is voor de scholen om het onderwijs in de bovenbouw van het vmbo zelf vorm te geven, kan een school aan alle leerlingen de mogelijkheid bieden Frans als extra examenvak op te nemen (Stichting Platforms Vmbo, 2009).  Het examenprogramma staat op Examenblad en de beoogde streefniveaus op Europees Referentiekader Talen.

Havo/vwo

In de onderbouw van havo/vwo kiezen leerlingen verplicht een tweede en een derde vreemde taal. Frans is dan een van de keuzemogelijkheden. Voor het vak zijn geen doelen of minimaal aantal uren vastgesteld.
In de bovenbouw van havo/vwo kunnen leerlingen bij alle profielen Frans kiezen, bijvoorbeeld als tweede mvt in het gemeenschappelijk deel van het vwo, als profielkeuzevak bij de profielen C&M en E&M of als keuze-examenvak in het vrije deel. Het examenprogramma staat op Examenblad en de beoogde streefniveaus op  Europees Referentiekader Talen.

Tweetalig onderwijs

Ook in het voortgezet onderwijs kan een school ervoor kiezen tweetalig onderwijs (tto) Frans aan te bieden. In dat geval wordt bij een gedeelte van de niet-talenvakken Frans als instructie- en communicatietaal gebruikt. Voor het hele vmbo gaat het om 30% van de onderwijstijd. In de onderbouw havo/vwo moet minimaal 50% van de onderwijstijd in het Frans worden aangeboden. Voor de bovenbouw van havo en vwo geldt als minimumeis respectievelijk 850 en 1150 studielasturen.

Eerste- en tweedegraads opleidingen tot leraar Frans

Op de website van de Rijksoverheid staat een overzicht van alle routes die studenten kunnen volgen en leiden tot een eerste- of tweedegraads bevoegdheid Frans. De eindniveaus van de tweedegraads lerarenopleiding Frans is B2, aangevuld met relevante elementen van het C1-niveau (verplichte deelname aan de Test de Connaissance du Français (TCF) van het Ciep). De eindniveaus van de hbo-masteropleiding is C1. Voor de universitaire route is geen wettelijk niveau vastgelegd. In de praktijk beoogt de opleiding niveau C2.


 

4. Wat speelt er binnen het vak Frans?

Differentiëren

Uiteenlopende instroom- en doorstroomniveaus maken het nodig dat de onderwijsgevenden kunnen differentiëren. Om te kunnen omgaan met de verschillende niveaus in de klas, maar ook om tegemoet te komen aan leerlingen die meer aankunnen dan andere, kan de leraar instructie, leerstof, tempo en doelen zoveel mogelijk aanpassen aan de wensen en behoeften van de individuele leerlingen. Dat is in een volle klas geen makkelijke taak. Digitale technologie kan wellicht uitkomst bieden, maar differentiatie vraagt ook om een stevig ontwikkelde methodiek. Formatieve evaluatie kan hierbij ook een rol spelen. Docenten krijgen daarmee inzicht in de te bereiken beheersingsniveaus van hun leerlingen en de daarbijhorende doelen. Dat inzicht is nodig om leerlingen meer individueel te kunnen begeleiden op weg naar de gewenste resultaten.

Maatwerk

Met de ambities van de overheid zoals die in recente rapporten zijn uitgesproken, krijgt aandacht voor maatwerk een nieuwe impuls, ook vanuit leerplankundig perspectief. Leerlingen kunnen voor een of meer vakken op een hoger niveau uitstromen, zoals havoleerlingen die voor een vreemde taal op vwo-niveau presteren. In 2015 was het op één van de vijf scholen al mogelijk een vak af te ronden op een hoger niveau. De Franse taal leent zich hier goed voor.
Veel scholen ondernemen initiatieven tot meer maatwerk. Een andere mogelijkheid is het aanbieden van verrijkende opdrachten. Op het Informatiepunt Onderwijs & Talentontwikkeling (SLO) vindt u voor het vak Frans een voorbeeldmatige aanpak en lesvoorbeelden. Er vindt een verschuiving plaats naar het zo goed mogelijk faciliteren van iedere leerling. Zo zijn er maatwerkroutes in ontwikkeling (de vakmanschaps- en de technologieroute) waarin vmbo en mbo geïntegreerd worden.

Gepersonaliseerd leren

In relatie tot maatwerk in het onderwijs wordt tegenwoordig veelvuldig de term gepersonaliseerd leren gehanteerd. Voor SLO refereert gepersonaliseerd leren in een onderwijscontext aan "het creëren van optimale leerprocessen die aansluiten op de persoonlijke kwaliteiten en individuele behoeften van leerlingen. Leerlingen werken op eigen wijze en in eigen tempo aan leerdoelen, passend bij hun eigen niveau en talenten. Per vak, leerdoel, leerinhoud of onderdeel krijgt de leerling afhankelijk van de eigen prestaties en voorkeuren een op hem of haar geënt programma”. De SLO-website Leerplan in beeld helpt bij het houden van overzicht en het maken van keuzes voor het vak Frans.

Vroeg vreemdetalenonderwijs

Scholen mogen op verschillende momenten en met verschillende mate van intensiteit (tot 15% van de onderwijstijd) Frans in het primair onderwijs verzorgen (Kamerstukken II 2013/14). Het geven van Frans in de basisschool stelt eisen aan de leerkracht die Frans in het primair onderwijs verzorgt. Voor leerkrachten die Engels geven binnen vvto heeft SLO deze eisen in kaart gebracht. Dit met als doel de leerkracht en de schooldirectie te helpen bij in beeld te brengen waar een leerkracht staat en waar die naartoe moet groeien om over de voor vvto gewenste vaardigheden te beschikken. Deze eisen kunt u aanpassen aan uw eigen context voor de leerkrachten Frans die vvto verzorgen.

Buurtalen

De ligging van een school in de nabijheid van de grens biedt unieke kansen om leerlingen op vanzelfsprekende wijze te leren omgaan met een vreemde taal. In 2017 krijgen leerlingen van ruim 20 basisscholen in de grensregio’s structureel Frans en dit aantal is groeiende. Maar ook in het voortgezet onderwijs is er aandacht voor de buurtalen. Er zijn initiatieven genomen om de mogelijkheden die dit biedt op systematische wijze in het onderwijs te integreren.


 

5. Wat is de ruimte binnen wet- en regelgeving?

Om maatwerkroutes of gepersonaliseerd leren te kunnen realiseren is ruimte nodig in regel- en wetgeving. Die wordt gegeven in het Sectorakkoord VO (VO-raad, 2014). Hierin is afgesproken dat er meer ruimte in onderwijstijd komt en meer wettelijke ruimte om te differentiëren in tempo en niveau. De Regeldrukagenda Onderwijs 2014-2017 sluit hierop aan. De agenda biedt meer ruimte voor flexibiliteit en maatwerk, onder andere door het mogelijk te maken delen van het eindexamen eerder af te leggen dan in het (voor)laatste jaar.

Wat is precies landelijk voorgeschreven? Welke ruimte heeft u om eigen beslissingen te maken?
Dat staat voor het vmbo, zowel voor de beroepsgerichte vakken als de AVO-vakken, beschreven in de publicatie Wat moet en wat mag in het nieuwe vmbo van Stichting Platforms Vmbo (SPV).  Voor het vso is hierop een aanvulling geschreven. Wat moet en wat mag in het vso. Dit gaat onder andere over examenmogelijkheden en keuzes die scholen voor vso kunnen maken.
Wat kan en mag in havo en vwo wordt duidelijk in dit overzicht. Het is in samenwerking met het Ministerie van OCW tot stand gekomen. Het geeft scholen en besturen inzicht in de ruimte die er is om tegemoet te komen aan alle leerlingen, zodat die ruimte nog beter benut kan worden.


 

6. Hoe ziet de doorstroom po/vo eruit?

Door de aandacht voor Frans in het primair onderwijs stromen leerlingen met enige bagage voor deze taal door naar het voortgezet onderwijs. Het is zaak de overgang van po naar vo soepel te laten verlopen. Scholen in het voortgezet onderwijs, en met name die scholen die geen versterkt traject Frans in het kader van bijvoorbeeld LinQ of anderszins kennen, beginnen met Frans van voren af aan. Nu Frans – weliswaar mondjesmaat – voet aan de grond in het basisonderwijs krijgt, neemt de noodzaak de inhoud van het vak Frans op de basisschool goed op die van het voortgezet onderwijs te laten aansluiten alleen maar toe. Daarvoor zal moeten worden vastgelegd wat basisschoolleerlingen aan het einde van groep 8 moeten kennen en kunnen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contactpersoon