​​​
Sector
  • Po
  • Vo
Vakgebied
  • Arabisch
  • Chinees
  • Italiaans
  • Russisch
  • Spaans
  • Turks
Leerplankundig thema
  • Curriculum
  • Vakvernieuwing & vakdidactiek

Overige moderne vreemde talen

18-9-2017

​Op deze pagina's vindt u informatie en de laatste ontwikkelingen in het vakgebied over de moderne vreemde talen Arabisch, Italiaans, Russisch, Turks en Spaans, en in het vwo, sinds 2015, Chinees.

Ga direct naar: 

  1. Wat is de historie van de vakken Arabisch, Italiaans, Russisch, Spaans, Turks en Chinees in Nederland?
  2. Wat is het belang van het onderwijs in deze vakken?
  3. Hoe ziet het onderwijs in deze vreemde talen eruit?
  4. Wat speelt er binnen deze talen?
  5. Wat is de ruimte binnen wet- en regelgeving?

1. Wat is de historie van de vakken Arabisch, Italiaans, Russisch, Spaans, Turks en Chinees in Nederland?

Al in lang vervlogen tijden werden vreemde talen geleerd en onderwezen. Dat waren met name Frans en Engels en bij gelegenheid ook andere talen. Dit was allemaal particulier initiatief. Zo kende Nederland van de zestiende tot in de negentiende eeuw de Franse school. Dit was een initiatief van burgers in de steden die wilden dat ook Frans werd onderwezen, de taal indertijd van de gegoede burgerstand en de internationale handel. Vanaf het begin van de 19e eeuw nam overheidsbemoeienis met het onderwijs steeds meer toe. De liberale staatsman Thorbecke hervormde het onderwijs in de zestiger jaren van de negentiende eeuw. Toen kregen Frans, maar ook Engels en Duits vaste voet aan de grond in het vo, in het bijzonder in de hbs (hogere burgerschool) en het gymnasium.

Wijziging van de Wet op het Voortgezet Onderwijs

In 1987 werd met de wijziging van de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) onder andere geregeld dat Nederlandse leerlingen, ongeacht hun etnische-culturele achtergrond, naast Engels, Duits en Frans ook kunnen kiezen voor onderwijs in Arabisch, Italiaans, Russisch, Spaans en Turks. De doelstelling en de positie van deze nieuwe schooltalen werden gelijkgesteld aan die van de bestaande schooltalen. In de examenprogramma’s is rekening gehouden met de beoogde eindniveaus van de bestaande moderne vreemde talen en is ervoor gezorgd dat ook leerlingen zonder voorkennis kunnen deelnemen. In die tijd bestond het centraal examen, als gevolg van de WVO (1968) al uit een centraal- en een schoolexamen.

Arabisch en Turks

Arabisch en Turks zijn schoolvakken zowel in het vmbo, als havo/vwo. Vanaf het schooljaar 1989-1990 zijn Arabisch en Turks examenvakken geworden in het vmbo. Ze zijn voorzien van eindtermen en een examenprogramma. In 1991 hebben voor het eerst enkele tientallen vmbo-leerlingen hun einddiploma Arabisch of Turks gehaald. Voor het havo en vwo was dit in 1995 voor het eerst. Sindsdien is het aantal examenkandidaten voor deze talen niet noemenswaardig gegroeid. In 2017 hebben 33 vmbo-leerlingen examen gedaan in het schoolvak Arabisch en 55 in het schoolvak Turks. In hetzelfde jaar hebben 44 havo- en vwo-leerlingen Arabisch afgerond en 123 Turks.
Er zijn in 2017 in Nederland twee vo-scholen die het Arabisch als examenvak aanbieden. Dat zijn:
Ibn Ghaldoun in Rotterdam (vmbo, havo en vwo) en Edith Stein in Den Haag (vmbo). Mogelijk zijn er meer scholen die het Arabisch als keuzevak geven, maar daarvan is op dit moment geen overzicht.

Italiaans

Italiaans is sinds 1971 een schoolvak in het havo en vwo. Omdat er in 1987 geen scholen waren die Italiaans in hun curriculum opnamen ontbrak de noodzaak van een CSE. Dit maakt het onmogelijk een beeld te krijgen van het aantal leerlingen dat Italiaans volgt en met een schoolexamen afsluit.

Russisch

Al in 1972 pleit de Commissie leerplan Russisch voor de invoering van het vak Russisch op de middelbare school, mede op basis van een pilot op een tweetal scholen die succesvol zijn verlopen. Russisch is een examenvak in het havo en vwo. In 2017 hebben 20 leerlingen examen gedaan.

Spaans

Spaans is sinds 1971 een schoolvak in het voortgezet onderwijs, zowel in het vmbo, als havo/vwo. De vraag naar deze taal neemt nog steeds toe, zowel in het voortgezet onderwijs als in het vervolgonderwijs. In de periode 2002 – 2007 was er wel een daling in aantallen examenkandidaten, maar die werd veroorzaakt door een positieve ontwikkeling. Spaans als startersvak in de vrije keuzeruimte groeide, omdat dit gemakkelijk is in te passen in de school. Daarmee ruilden scholen Spaans als examenvak in voor een verkorte variant. De groei van het aantal kandidaten die wel Spaans volgen, maar niet met een CSE afsluiten is niet zichtbaar. In 2017 hebben 467 vmbo-leerlingen examen gedaan in het vak Spaans en in het havo en vwo 2.966 leerlingen.

Chinees

Vanaf 2017 kunnen vwo-scholieren examen Chinees doen. "De economische, politieke en culturele invloed van China op het wereldtoneel groeit", schreef toenmalig staatssecretaris Dekker van OCW aan de Tweede Kamer. "Die ontwikkeling gaat aan Nederland niet voorbij. Sterker, bedrijfsleven, kennisinstellingen en culturele instellingen onderhouden nu al intensieve contacten met Chinese partners. Nederland is gebaat bij goede relaties met China. Kennis van de Chinese taal en cultuur is daarvoor onontbeerlijk. Dit vormt de achtergrond voor het opnemen van onderwijs in de Chinese taal.”


 

2. Wat is het belang van het onderwijs in deze vakken?

In een wereld waarin internationale contacten blijven toenemen en grensoverschrijdend werken en studeren steeds gewoner wordt, is het beheersen van andere talen onmisbaar geworden. Talen zijn de deuren die toegang geven tot het leren kennen en begrijpen van andere culturen, en daarmee tot het leren reflecteren op de eigen taal en cultuur. Sociale conventies en culturele omgevingen kleuren de achtergronden van alle talige communicatie tussen sprekers uit verschillende culturen. Die conventies en omgevingen kunnen (her)kennen en er rekening mee houden, bewust of onbewust, kan doorslaggevend zijn voor het succes van de communicatie.

Arabisch, Italiaans, Russisch, Spaans, Turks of Chinees leren

Een taal leren is ook om andere redenen waardevol: een vreemde taal leren doet sterk een beroep op de creativiteit van een leerling en draagt eraan bij dat een leerling - door zich te leren (durven) uiten in een andere taal - zelfvertrouwen opbouwt. Onderzoek wijst uit dat het leren van talen het denkvermogen bevordert en dat het helpt genuanceerd te denken. Je leert nuances kennen tussen de verschillende woorden en tijden en leert afwegen welk woord of welke tijd of wijs het beste in een bepaalde context gebruikt kan worden. Daardoor zou je ook beter in staat zijn te focussen op relevante informatie en misleidende informatie kunnen herkennen. Een belangrijk aspect als het gaat om mediawijsheid en informatievaardigheden. Die constante afweging zou ook positief van invloed zijn op je besluitvormingsvaardigheden. Degenen die meer dan een taal beheersen zouden rationelere beslissingen nemen. Met deze talen kun je dus zowel zakelijk als privé je voordeel doen. En is het niet – gezien de eerder aangehaalde economische verbondenheid met Nederland, maar ook in het licht van de globalisering – gewenst dat leerlingen als ze de school verlaten zelf direct toegang hebben tot informatie van economische, politieke en culturele aard?


 

3. Hoe ziet het onderwijs in deze vreemde talen eruit?

Hieronder vindt u een overzicht van het curriculum van deze talen in de verschillende sectoren van het Nederlandse onderwijs zoals beschreven in officiële documenten.

Het primair onderwijs

In het primair onderwijs worden de talen Arabisch, Italiaans, Russisch, Spaans, Turks en Chinees nauwelijks aangeboden. Waar sprake is in het basisonderwijs van een van deze talen gaat het vooral om Spaans in het kader van vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto).

Spaans, Arabisch, Italiaans, Russisch, Turks en Chinees in het voortgezet onderwijs

Vmbo

In de onderbouw van het vmbo kiezen leerlingen verplicht een tweede vreemde taal naast het verplichte vak Engels. Dat is Frans of Duits, of in plaats daarvan Spaans, Arabisch of Turks (Inrichtingsbesluit, art. 22 lid 2).
In de bovenbouw van het vmbo geldt voor alle sectoren van de theoretische en gemengde leerwegen dat leerlingen in het vrije deel als examenvak kunnen kiezen voor Arabisch, Spaans of Turks. Wil een leerling die niet de sector Economie volgt, toch een extra vreemde taal nemen, dan kan een school de mogelijkheid bieden een vreemde taal als extra examenvak op te nemen. Er is veel ruimte voor de scholen om het onderwijs in de bovenbouw van het vmbo zelf vorm te geven. Er is bijvoorbeeld geen voorgeschreven lessentabel of adviestabel en er wordt geen minimumaantal lesuren voorgeschreven. De examenprogramma’s staan op Examenblad. Voor de beoogde streefniveaus Spaans, zie de Europees Referentiekader Talen.

Havo/vwo

In de onderbouw van het havo en vwo kiezen leerlingen verplicht een tweede en derde vreemde taal naast het verplichte vak Engels. Dat is Frans en Duits, of in plaats van één daarvan of beide een moderne vreemde taal waarvoor een eindexamenprogramma bestaat – Arabisch, Italiaans, Russisch, Spaans of Turks (Inrichtingsbesluit, art. 21 lid 2) - en vanaf 2015 ook Chinees (alleen vwo).
Er is geen verplichting omtrent het aantal te geven uren.
In de bovenbouw kunnen leerlingen Arabisch, Italiaans, Russisch, Spaans, Turks kiezen als verplicht-, profielkeuze of als keuze-examenvak. In het havo met een studielast van 400 uur. In het vwo bedraagt de studielast voor deze talen 480 uren. De examenprogramma’s staan op Examenblad. Voor Spaans vindt u de beoogde streefniveaus op Europees Referentiekader Talen.

Variant elementair

Naast deze 'lange' variant kennen het havo en vwo ook de zogenaamde variant 'elementair'. Dit is een verkort traject dat in het vierde jaar van havo of vwo begint. De streefniveaus voor Arabisch, Turks, Italiaans, Russisch en Spaans zijn te vinden op de website van het ERK.

Het vak Chinese Taal en Cultuur

Het vak Chinese Taal en Cultuur wordt sinds 2015 in het vwo gegeven. De studielast bedraagt 480 slu. De variant elementair kent geen CE en wordt afgesloten met een schoolexamen. Hiervoor is een handreiking ontwikkeld. Het belang van expliciete aandacht voor interculturele communicatie is in het curriculum van het nieuwe vwo-examenvak Chinese Taal en Cultuur evident. De verschillen met de Westerse cultuur zijn zo groot dat, wil sprake zijn van effectieve communicatie, er een groot beroep wordt gedaan op interculturele competenties.

Tweedegraads lerarenopleidingen

De tweedegraads lerarenopleidingen MVT stellen geen toelatingseisen wat de beheersing van Arabisch, Italiaans, Russisch, Spaans of Turks betreft. Aan het eind van de tweedegraads opleidingen wordt alleen voor Spaans B2 verwacht, aangevuld met relevante elementen van het C1-niveau.

Eerstegraads bevoegdheid

Een eerstegraads bevoegdheid kan worden gehaald via een hbo-route of een universitaire route. Alleen voor Spaans is een uitstroomniveau vastgesteld voor de hbo-masteropleiding Spaans. Dat is C1. Voor de universitaire route is geen wettelijk niveau vastgelegd.


 

4. Wat speelt er binnen deze talen?

Veel talen, maar steeds minder vreemdetalenonderwijs

Hoewel in 1987 het aantal vreemde talen (Arabisch, Italiaans, Russisch, Spaans, Turks) toenam, kreeg het voortgezet onderwijs voortdurend te maken met een teruglopende omvang van het totale vreemdetalenonderwijs ten opzichte van de overige vakken. Vrijwel elke vernieuwing in het onderwijs bracht verslechteringen; van de basisvorming in 1993, de herstructurering van het mbo 1997, de tweede fase havo/vwo in 1998/1999 tot invoering van het vmbo in 1999. Engels behield en versterkte zijn positie als eerste en vaak enige vreemde taal.

Afhankelijk van de scholen

Veel is afhankelijk van het draagvlak dat op de scholen voor deze vreemde talen aanwezig is. Het zijn immers geen vakken die je als school verplicht moet aanbieden. Zo constateert de sectie Turks van Levende Talen dat de vraag naar Turks groot is, maar dat scholen Turks niet als keuzemogelijkheid aanbieden. Dit geldt ook voor de overige vreemde talen sinds de middelen schaarser zijn geworden.

Maatwerk

Ook voor deze talen zijn gepersonaliseerde- of maatwerkroutes mogelijk. Per leerdoel, leerinhoud of onderdeel krijgt de leerling een op hem of haar toegesneden programma. Keuzes zijn afhankelijk van de achtergrond, prestaties en voorkeuren van de leerling. Een programma kan worden afgerond (al dan niet met een examen) als de leerling daaraan toe is.

 

5. Wat is de ruimte binnen wet- en regelgeving?

Om gepersonaliseerde- of maatwerkroutes te kunnen realiseren is ruimte nodig in regel- en wetgeving. Die wordt gegeven in het Sectorakkoord VO (VO-raad, 2014). Hierin is afgesproken dat er meer ruimte in onderwijstijd komt en meer wettelijke ruimte om te differentiëren in tempo en niveau. De Regeldrukagenda Onderwijs 2014-2017 sluit hierop aan. Deze agenda biedt meer ruimte voor flexibiliteit en maatwerk, onder andere door het mogelijk te maken delen van het eindexamen eerder af te leggen dan in het (voor)laatste jaar.

Wat is precies landelijk voorgeschreven? Welke ruimte heeft u om eigen beslissingen te nemen?

Dat staat voor het vmbo, zowel voor de beroepsgerichte vakken als de AVO-vakken, beschreven in de publicatie Wat moet en wat mag in het nieuwe vmbo van Stichting Platforms Vmbo (SPV).  Voor het VSO is hierop een aanvulling geschreven. Wat moet en wat mag in het vso. Die gaat o.a. over examenmogelijkheden en keuzes die scholen voor vso kunnen maken.
Wat kan en mag in havo en vwo wordt duidelijk in dit overzicht. Het is in samenwerking met het ministerie van OCW tot stand gekomen. Het geeft scholen en besturen inzicht in de ruimte die er is om tegemoet te komen aan alle leerlingen, zodat die ruimte nog beter benut kan worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

Contactpersoon